Onze aanpak

De problematiek van tienerslachtoffers van pooiers is bijzonder complex en vraagt een vernieuwende aanpak. Ieder slachtoffer is een unieke persoon, met een eigen verhaal en eigen problemen. Het is nooit te voorspellen welke specialisaties er nodig zijn om de meest noodzakelijke hulp te bieden, want er komen in deze dossiers altijd verschillende domeinen samen (justitie, jeugdzorg, administratie, gezondheid …). Daarom is het heel belangrijk dat er mensen zijn die heel dichtbij de meisjes kunnen staan en het geheel blijven zien. Mensen die op hun eigen menselijke manier aan de slag gaan met de persoon en niet enkel met het probleem (of de vele problemen).

Heel vaak zien we dat de individuele dossiers zo erg versnipperd zijn over verschillende domeinen, dat er essentiële zaken niet in orde (bvb. terugbetaling medische zorg, administratieve registratie, school, …). Dit in kaart brengen vraagt een grondige studie van het dossier, waarbij constant gekeken wordt naar het geheel en naar de persoon. Een belangrijke bijkomende moeilijkheid is dat de meisjes zelf vaak geen of weinig zicht hebben op hun basisrechten en dat ze, door de opeenstapeling van trauma’s, hun verhaal ook niet meteen op een coherente manier kunnen brengen. Het opbouwen van een vertrouwensband is hier ook van cruciaal belang.

De huidige aanpak, die spontaan ontstaan is in het huis van Saskia Van Nieuwenhove, leidt tot een aantal verrassende positieve resultaten. Meerdere meisjes blijken het binnen deze aanpak zeer goed te doen en steeds meer andere meisjes melden zich met de vraag naar hulp om uit het netwerk te stappen. We zien ook een duidelijke vooruitgang in het gedrag van de meisjes zelf m.b.t. drank, drugs, fugues (weglopen), het maken toekomstplannen, meewerken aan politieverhoren.

De twee kernbegrippen van onze werking zijn Presentie en Continuïteit. Presentie zoals ontwikkeld en uitgerold in diverse sectoren door Professor Andries Baart met als kernbegrippen ‘aansluiten’ (op het leven van de slachtoffers) en ‘afstemmen’ (samen met het slachtoffer zoeken naar een invulling voor een kwalitatief leven voor hen). Continuïteit maar dan van uit het perspectief van het slachtoffer. Met de ervaring die we nu al hebben zien we dat de slachtoffers voornamelijk belang hechten aan relationele continuïteit en minder aan de managements- en informatiecontinuïteit.

Dankzij de huiselijke sfeer, de kleinschaligheid en de (permanente) aanwezigheid van SVN en vrijwilligers krijgen de slachtoffers de (veilige) ruimte om op verhaal te komen en rust te vinden. Pas dan wordt vaak duidelijk hoeveel andere problemen er zich rond ieder meisje opgestapeld hebben: administratieve en financiële zaken, medische dossiers, gerechtelijke onderzoeken, politieverhoren, onderwijs, …

Een aantal van deze meisjes zijn minderjarig, sommige verdwijnen als minderjarigen maar komen pas terug boven water als ze al meerderjarig zijn. Wij willen hier geen onderscheid maken omdat beide groepen eigenlijk dezelfde aanpak nodig hebben. De harde grens, die in onze jeugdzorg bestaat op 18 jaar, willen we in het kader van deze problematiek niet hanteren, omdat het de continuïteit van de zorg (in de brede zin) totaal in de weg staat.

Via deze meisjes werden ook reeds een aantal andere meisjes opgespoord of teruggevonden en verschillende meisjes willen uit het milieu stappen, op voorwaarde dat ze bij SVN terechtkunnen.